Mag een organisatie weigeren informatie te verstrekken aan een deurwaarder op grond van de AVG?

Onlangs heeft de rechter een interessante uitspraak gedaan die speelde tussen een bank en een ‘’debt broker’’. Een Fins bedrijf had een schuld overgekocht van Volkswagen Leasing. In de zaak moest de rechter ingaan op de vraag of een organisatie kan weigeren persoonsgegevens te verstrekken aan een gerechtsdeurwaarder op grond van de AVG. In de blog van vandaag gaan wij in op deze vraag.

De zaak
In de zaak had schuldenhandelaar Hoist Finance AB (hierna: Hoist) een vordering op een mevrouw vanwege een leasecontract. Deze mevrouw was ook door de rechter veroordeeld tot het betalen van een bedrag aan Hoist. Betaling bleef echter uit. Om toch betaling af te dwingen, had Hoist een deurwaarder ingeschakeld. Deze deurwaarder had bij haar bank, de Volksbank, informatie opgevraagd over haar financiële situatie. Zo wilde de deurwaarder onder andere weten wat de financiële draagkracht was van mevrouw, en of er eventuele partijen waren die al beslag hadden gelegd op delen van haar inkomen. Volksbank weigerde deze informatie te verstrekken zonder dat de deurwaarder een kopie van de eerste en laatste pagina van het vonnis tegen haar klant zou verstrekken. Volgens de Volksbank rust op haar de plicht als verwerkingsverantwoordelijke om na te gaan of de gerechtsdeurwaarder wel bevoegd was deze persoonsgegevens op te vragen.

Het geschil
De gerechtsdeurwaarder ging niet in op het verzoek van de Volksbank om de gevraagde informatie te verstrekken. In plaats daarvan liet de deurwaarder beslag leggen op de rekening van mevrouw. Dat bleek helaas niet erg zinvol. Mevrouw was namelijk helemaal niet in staat tot enige betaling. De gerechtsdeurwaarder heeft hierbij wel kosten gemaakt, begroot op 190 euro. Zij meent dat het zinloze beslag de oorzaak is van de Volksbank die geweigerd had informatie te verstrekken over haar klant terwijl zij hiertoe wel wettelijk was verplicht. Hier wordt gewezen op artikel 475g lid 3 van het Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Dit artikel luidt als volgt:

Artikel 475g
3.
Een deurwaarder die gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd aan degene van wie hij vermoedt dat deze aan de schuldenaar periodieke betalingen verricht of schuldig is, te vragen of dat zo is. Ieder is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden. Daarbij moeten de termijn van de betalingen en hun omvang na aftrek van de in artikel 475a genoemde inhoudingen worden opgegeven alsmede eventuele gelegde beslagen. De Staat en degenen die periodieke betalingen doen aan personen wier naam zij niet rechtstreeks uit hun administratie kunnen lichten, behoeven de vraag slechts te beantwoorden ten aanzien van in de vraag omschreven betalingen of aangeduide collectieve verzekeringen

De Volksbank erkent het bestaan van deze wettelijke verplichting wel, maar wijst op haar eigen verantwoordelijkheid onder de AVG om na te gaan of de gerechtsdeurwaarder wel bevoegd was om deze persoonsgegevens op te vragen. Dus wie heeft er nu eigenlijk gelijk?

De beoordeling onder de AVG
De rechter volgt het betoog van de Volksbank dat artikel 475g is opgesteld in een tijd waar de AVG nog geen rol speelde. Ook is de rechter het met de Volksbank eens dat de AVG prevaleert boven nationaal recht (in dit geval artikel 475g Rv). Toch ziet zij geen reden voor de Volksbank om op grond van de AVG te weigeren de informatie te verstrekken.

Wettelijke verplichting
Volgens de rechter vormt de AVG namelijk helemaal geen belemmering voor het verstrekken van de informatie door de Volksbank aan de gerechtelijke deurwaarder. Artikel 475g Rv biedt volgens de rechter de Volksbank een verwerkingsgrondslag om de informatie aan de deurwaarder te verstrekken. Hoewel het inderdaad een verplichting is voor Volksbank als verwerkingsverantwoordelijke om passende maatregelen te treffen om onrechtmatige verwerkingen tegen te gaan, volgt nergens uit de AVG dat de Volksbank een kopie nodig heeft van het vonnis.

Minimale gegevensverwerking
Sterker nog, volgens de rechter is juist het verstrekken van een kopie van het vonnis waarschijnlijk in strijd met de AVG omdat dit niet voldoet aan de eisen van minimale gegevensverwerking. Het verstrekken van het vonnis vormt een nieuwe verwerking. De wetgever heeft met 475g Rv beoogd een eenvoudig  en doelmatig instrument te ontwikkelen om tevergeefse beslagen en daarmee gemoeide kosten te voorkomen. De Volksbank had kunnen volstaan met vaststellen of de deurwaarder inderdaad bevoegd was tot bevraging op grond van artikel 475g lid 3 Rv. Indien deze vaststelling was gedaan, mocht de Volksbank er vanuit gaan dat hetgeen de deurwaarder heeft gemeld juist was. Dit blijkt volgens de rechter uit zijn beroepspositie. De gerechtelijk deurwaarder is namelijk een openbaar ambtenaar die is onderworpen aan het tuchtrecht.

Wat kunnen we hier van leren
Wanneer een gerechtelijk deurwaarder informatie opvraagt bij een organisatie, dan zal deze veelal gehouden zijn om deze informatie te verstrekken. De komst van de AVG maakt deze conclusie niet anders. Een organisatie zal krachtens de wet gehouden zijn de vragen van de gerechtelijk deurwaarder te beantwoorden. Het vaststellen van de bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder tot bevraging is hierbij voldoende. De bevraagde organisatie mag er vanuit gaan dat hetgeen de deurwaarder verklaart juist is. De deurwaarder zélf is verantwoordelijk voor de naleving van de AVG binnen zijn eigen beroepsgroep.

Terug naar overzicht